Meridiaantherapie & Burn-out

Uit de anamnese en het tastonderzoek van de bindweefselspanning van huid en onderhuid blijkt burn-out als uitputting van het ritmische systeem te verschijnen; De uitputting komt tot uitdrukking in onder meer een verstoring van het waak-slaapritme, het ademritme, hartritme, het opnemen en uitscheiden via de spijsvertering, warmte- en vochtregulering, het klierstelsel via de hormoon- en suikerspiegel. Deze functies zijn vertegenwoordigd in de vitale organen hart, nieren, lever, longen, kringloop en pankreas. Vaak ontstaat de uitputting door een langdurige eenzijdige belasting vanuit een individueel patroon waarmee het lichaam probeert te overleven. Dat wil zeggen dat in de, oorspronkelijk vrij stromende, levensenergie patronen ontstaan om functionele deficienties te compenseren. Van deze overlevingsstrategie ondervindt men doorgaans al langere tijd fysieke of emotionele klachten. De kortsluiting van het patroon ontstaat plotseling en gaat gepaard met een doorbraak van helende energie, een herinnering aan een evenwichtige ordening, die in de therapie bewuste aandacht verdient en krijgt.

Burn-out, oppervlakkkig gezien, wordt veelal geplaatst in het huidige tijdsbeeld waarin te veel uiterlijke prikkels en indrukken te verwerken zijn. In die zin is de burn-out een te verwelkomen verschijnsel. Het schept namelijk gelegenheid om stil te staan bij het eigen functioneren. Op de nog beweegbare laag van de levensenergie is plotseling verandering gekomen. Met gerichte therapie is erger, dat wil zeggen aandoeningen die zich fysiek vast zetten, denk aan bijvoorbeeld kanker of reumatische aandoeningen, te voorkomen.

Meridiaantherapie, werkzaam via kleur op de huid, is gericht op het individueel onderzoeken, in beweging zetten en harmoniseren van de levensenergie. De dieper liggende oorzaak van de verstoring wordt opgespoord en erkend, zowel lichamelijk als in de psyche. De therapie bewerkt via de reflexbogen van het vegetatieve zenuwstelsel de onbewuste en functionele processen van de bij de ritmische stoornis betrokken energie. Voor degene die herstelt van een burn-out is het in de meeste gevallen letterlijk een verademing dat men er niets aan kán doen of voor hoeft te doen. Het genezingsproces speelt zich juist buiten het bewuste ‘doen’ af. Wel is na te gaan hoe men, niet alleen ontspanning bereikt maar ook, voor lichaam én psyche de voeding ontvangt die nodig is voor duurzaam herstel van een gebalanceerde levensenergie.

Het lichaam kent een orgaanklok, waarbij elk orgaan op een bepaald tijdstip een maximum aan energie krijgt toebedeeld. De orgaanklok is een belangrijke aanwijzer voor de gewenste regelmaat van het dag- en nachtritme bij burn-out. Voldoende en regelmatig ontspannen slapen heeft veelal een gunstige werking op met name de yin-energie van de organen longen en lever. Een rustmoment rond het middaguur en na het middageten komt de hart-, kringloop- en pankreasenergie ten goede. De overgang van de dag naar de avond wordt begeleid door de nierenergie. In deze tijd valt vaak de overgang tussen de werkdag en de thuiskomst of het ontspanningsmoment na het werk. Het verdient aanbeveling voor dit ontspanningsmoment de tijd te nemen voordat een maaltijd wordt genoten. Inspanning, zoals sporten of hardlopen in deze 'nierentijd' kan een averechts effect geven omdat met de activiteit juist het orthosympathische deel van het vegetatieve zenuwstelsel wordt aangezet. Ontspanning daarentegen is het 'niet doen' en loslaten, vertegenwoordigd door het parasympathische deel.

Een vaak voorkomend beeld bij het tastonderzoek is een toegenomen spanning in het onderhuidse bindweefsel parallel aan de wervelkolom, terwijl lateraal en perifeer, met name in het mm. latissimus dorsi gebied een onderspanning te vinden is. Door differentiaalonderzoek kan met meer precisie worden gelokaliseerd welk energetisch patroon ten grondslag ligt aan de algehele verstoring van het vegetatieve stelsel. Er zijn aanwijzingen dat te veel of te weinig spanning in de volgende segmentale gebieden corresponderen met de referentiepunten van betreffende organen op de blaasmeridiaan.

C8 - T2 hoofd en schouders
T3 - T8 armen en bovenste deel romp (betrokken orgaanenergie: hart, kringloop en longen)
T9 - L2 onderste deel romp en benen (betrokken orgaanenergie: lever, pankreas, nieren)
S3 - S5 blaas-, rectum en genitaliën (betrokken orgaanenergie: lever, nieren, pankreas)

Soms wordt na het zetten van kleur, wanneer het lichaam dat toelaat, gewerkt met (bindweefsel)massage, beweging of ademhalingsoefeningen. Dat laatste om bewuste aanwezigheid op specifieke plaatsen van het lichaam te wekken.

_Naast de digitale verwijzingen in dit artikel zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
• Medizin individuell, Burnout, Zeitschrift für anthroposophische Medizin, Nr. 40 | Frühjahr 2011. Herausgegeben vom Gemeinschaftskrankenhaus Herdecke mit den Gemeinschaftskrankenhäusern Filderklinik (Stuttgart) und Havelhöhe (Berlin).
• Klinisch onderzoek Meridiaantherapie, Brigitte van Bakel, 2016-2018.
• Reflectie op waarnemingen uit eigen ervaring, Brigitte van Bakel, 1991-2018.

April 2017
Oktober 2017
Januari 2018
December 2019

Powered by: Grav
This site was last updated on
 2022, February 21
All text & images © 2016 B.F.S.A. van Bakel